Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Alleen met je zwakke voet, of op tijd met een stopwatch.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: De aanvaller mag kiezen uit twee lijnen, dus de verdediger moet raden.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: De aanvaller mag kiezen uit twee lijnen, dus de verdediger moet raden.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: De aanvaller mag kiezen uit twee lijnen, dus de verdediger moet raden.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: In één keer schieten, zonder de bal eerst stil te leggen.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: Verder uit elkaar en aannemen met de buitenkant van de voet.
Moeilijker: In één keer schieten, zonder de bal eerst stil te leggen.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: Verder uit elkaar en aannemen met de buitenkant van de voet.
Moeilijker: In één keer schieten, zonder de bal eerst stil te leggen.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: Verder uit elkaar en aannemen met de buitenkant van de voet.
Moeilijker: Bij elke pion een andere beweging, en op tijd.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: Verder uit elkaar en aannemen met de buitenkant van de voet.
Moeilijker: Bij elke pion een andere beweging, en op tijd.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Laatste vijf minuten terug naar echte doelen met keeper.
Moeilijker: Verder uit elkaar en aannemen met de buitenkant van de voet.
Moeilijker: Bij elke pion een andere beweging, en op tijd.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken en na elke pass van richting wisselen.
Moeilijker: Laatste vijf minuten terug naar echte doelen met keeper.
Moeilijker: Verdediger mag echt afpakken; wie de bal heeft na dertig seconden wint.
Moeilijker: Bij elke pion een andere beweging, en op tijd.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken en na elke pass van richting wisselen.
Moeilijker: Laatste vijf minuten terug naar echte doelen met keeper.
Moeilijker: Verdediger mag echt afpakken; wie de bal heeft na dertig seconden wint.
Moeilijker: Bij elke pion een andere beweging, en op tijd.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken en na elke pass van richting wisselen.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Verdediger mag echt afpakken; wie de bal heeft na dertig seconden wint.
Moeilijker: Alleen met je zwakke voet, of op tijd met een stopwatch.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken en na elke pass van richting wisselen.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Alleen met je zwakke voet, of op tijd met een stopwatch.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken en na elke pass van richting wisselen.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Alleen met je zwakke voet, of op tijd met een stopwatch.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: Scoren telt dubbel na een pass.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal drie passes, of je moet met zijn drieën over de lijn.
Moeilijker: De aanvaller mag kiezen uit twee lijnen, dus de verdediger moet raden.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: De aanvaller mag kiezen uit twee lijnen, dus de verdediger moet raden.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken: aannemen en meteen terug.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Maximaal twee keer raken, daarna één keer raken.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: Afwisselend binnenkant, buitenkant en zoolrol, trainer roept welke.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Je mag pas scoren nadat je team een keer heeft overgespeeld.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Een poortje telt alleen als hij van beide kanten is gebruikt.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: Alleen met je linkervoet, of de bal mag maar één keer stuiteren.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Een doelpunt na een pass telt dubbel.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: De bal mag alleen met de buitenkant van de voet geraakt worden.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: De voorste mag draaien en kappen zoveel hij wil.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: Twee ballen tegelijk en halverwege de andere kant op.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: Elk poortje mag maar één keer in de hele minuut.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: In één keer schieten, zonder de bal eerst stil te leggen.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Je moet de bal in de scoorzone stil leggen met de zool.
Moeilijker: In één keer terugspelen én daarna afronden op een klein doel.
Moeilijker: In één keer schieten, zonder de bal eerst stil te leggen.
Moeilijker: De verdedigers mogen zelf scoren op een vierde doeltje.
Moeilijker: Laatste vijf minuten terug naar echte doelen met keeper.
Elke training is opgebouwd uit vier vaste kleurblokken van 15 minuten, altijd in dezelfde volgorde: samen met een maatje, dan alleen afmaken, dan samenwerken, dan tegen elkaar. Kinderen herkennen de kleuren na een paar weken — dat geeft houvast en scheelt uitleg.
🟠 Oranje — Warming-up in tweetallen (15 min)
Tweetallen met één bal, meteen in beweging. Geen rekoefeningen maar passen, aannemen en richting veranderen. Iedereen is vanaf de eerste minuut aan de bal, niemand staat stil. Typisch: pass en schuif op, door het poortje, schaduwen.
🔵 Blauw — Eigen vaardigheid (15 min)
Elk kind een eigen bal en één duidelijke opdracht om af te maken. Geen tegenstander, geen winnaar — alleen de techniek. Loop langs voor individuele tips in plaats van de hele groep tegelijk corrigeren. Typisch: dribbelstraat, kappen bij de pion, poortjesrace.
🟢 Groen — Samenwerking (15 min)
Samen één opdracht halen, zonder winnen of verliezen van elkaar. Overspelen, meebewegen, aanbieden. Sociaal leerpunt: hoe zorg je dat je maatje jou kán vinden? Typisch: rondo, samen naar de overkant, drie doeltjes.
🔴 Rood — Partijvorm (15 min)
Altijd het afsluitende blok: tegen elkaar, met een winnaar. Maximaal 6 tegen 6, bij 40 spelers dus meerdere partijen naast elkaar. Dit is het testmoment — past de oefenstof in een echte wedstrijd?
- ›Dinsdag: één nieuwe oefening erbij. Drie blokken blijven staan zoals vorige week, in één blok komt een nieuwe vorm. De eerste week oranje, dan blauw, dan groen, dan rood — en daarna weer van voren af aan.
- ›Donderdag: herhalen plus één. Dezelfde training als dinsdag, zodat alle kinderen de vorm een tweede keer doen. Eén ander blok rouleert alvast door naar de volgende oefening.
- ›Het blok met NIEUW kost de uitleg. In het lessenoverzicht staat per training welk blok nieuw is. De andere drie kun je in tien seconden starten.
- ›Volgorde altijd: Oranje → Blauw → Groen → Rood. Van samen met een maatje naar alleen, naar samenwerken, naar tegen elkaar.
- ›Dinsdag gemengd: 4 vakken van 10. Alle teams door elkaar, vier vakken naast elkaar met dezelfde oefening, elk vak een eigen begeleider. Na 15 minuten schuift iedereen samen door.
- ›Donderdag per team: 3 groepen. JO8-1+2 (16 spelers, 2 vakken), JO8-3+4 (16 spelers, 2 vakken) en JO8-5 (8 spelers, 1 vak) draaien hetzelfde uur naast elkaar.
- ›De hulpouder leidt het blauwe blok. Vaste opdracht, makkelijk te begeleiden. Bij het rode eindspel staan trainer en hulpouder samen: één fluit, één telt de stand.
- ›Elk blok duurt 15 minuten. Verleng niet, ook als een oefening goed loopt. Liever vaker terugkomen — de oefening komt volgende week toch terug.
- ›Noem de kleur bij de overgang ("we gaan naar groen!"). Kinderen herkennen dat sneller dan een naam.
- ›Te makkelijk of te moeilijk? Bij elke oefening staat een makkelijker en een moeilijker variant. Pas aan binnen het blok in plaats van de oefening af te breken.
- ›JO8 speelt 6v6 op een kwart veld (42,5 × 30 m). Houd de trainingsvormen op die maat, dan herkennen ze het zondag terug.
De volgorde ligt vast: van samen met een maatje naar alleen, naar samenwerken, naar tegen elkaar. Kinderen herkennen de kleuren na twee weken en dat scheelt uitleg.
| Tijd | Kleur | Wat de kinderen doen | Bal |
|---|---|---|---|
| 17:00–17:15 | 🟠 Oranje | Warming-up in tweetallen: passen, aannemen, richting veranderen. Geen rekoefeningen. | 1 per tweetal |
| 17:15–17:30 | 🔵 Blauw | Alleen, een duidelijke opdracht afmaken. Geen tegenstander, geen winnaar. | 1 per speler |
| 17:30–17:45 | 🟢 Groen | Samenwerken aan één opdracht: overspelen, meebewegen, aanbieden. | 1 per groepje |
| 17:45–18:00 | 🔴 Rood | Partij, met een winnaar. Maximaal 6 tegen 6, dus meerdere veldjes naast elkaar. | 1 per partijtje |
Verleng een blok niet, ook niet als het goed loopt — de oefening komt volgende week toch terug. Twee drinkmomenten: na de warming-up en vlak voor het eindspel.
Het zijn 40 kinderen over JO8-1 tot en met JO8-5. Op beide avonden draait iedereen hetzelfde uur, alleen de groepsindeling verschilt.
| Avond | Indeling | Vakken | Per vak | Eindspel |
|---|---|---|---|---|
| Dinsdag | Alle teams door elkaar | 4 naast elkaar | 10 spelers | 4× 5 tegen 5 |
| Donderdag | JO8-1+2 · JO8-3+4 · JO8-5 | 2 · 2 · 1 | 8 spelers | 6 tegen 6 per groep |
Alle vakken doen tegelijk dezelfde oefening, elk met een eigen begeleider. Na 15 minuten schuift iedereen samen door naar het volgende blok — groepen wisselen dus niet halverwege. Een vak is ongeveer 20 bij 20 meter.
Er verandert per training precies één blok. De andere drie blijven staan, zodat kinderen een spelvorm drie of vier keer doen voordat hij weggaat. Daar worden ze beter van — bij een training waarin alles nieuw is, gaat het uur op aan uitleg.
- ›Dinsdag komt er één nieuwe oefening bij. Welk blok dat is schuift op: week 1 oranje, week 2 blauw, week 3 groen, week 4 rood, daarna weer van voren af aan.
- ›Donderdag draai je dezelfde training nog een keer, zodat iedereen de vorm een tweede keer doet. Eén ander blok rouleert daar alvast door naar de volgende oefening.
| Training | 🟠 | 🔵 | 🟢 | 🔴 |
|---|---|---|---|---|
| Week 1 · dinsdag | nieuw | blijft | blijft | blijft |
| Week 1 · donderdag | blijft | blijft | nieuw | blijft |
| Week 2 · dinsdag | blijft | nieuw | blijft | blijft |
| Week 2 · donderdag | blijft | blijft | blijft | nieuw |
| Week 3 · dinsdag | blijft | blijft | nieuw | blijft |
| Week 3 · donderdag | nieuw | blijft | blijft | blijft |
| Week 4 · dinsdag | blijft | blijft | blijft | nieuw |
| Week 4 · donderdag | blijft | nieuw | blijft | blijft |
Je hoeft dit niet bij te houden. Bij Lessen staat per training welk blok nieuw is: een label 🆕 in de kop en NIEUW bij het blok zelf. Bereid dat ene blok voor, de rest start je in tien seconden. Er zijn zes oefeningen per blok, dus een vorm komt na ongeveer drie maanden terug — dan pak je meteen de moeilijker variant.
Bij elk blok in de app staat de naam van wie het leidt, per groep of per vak. De verdeling is zo gekozen dat een hulpouder iets krijgt dat zonder voetbalkennis te begeleiden is.
| Blok | Donderdag, per groep | Dinsdag, gemengd |
|---|---|---|
| 🟠 Oranje | Trainer | Eén begeleider per vak |
| 🔵 Blauw | Hulpouder — vaste opdracht, goed te tellen | Eén begeleider per vak |
| 🟢 Groen | Trainer | Eén begeleider per vak |
| 🔴 Rood | Trainer en hulpouder samen: één fluit, één telt de stand | Eén begeleider per vak |
Staat er bij een vak "nog in te vullen"? Dan is er voor die avond nog geen ouder ingedeeld in het rooster. Vul dat aan in het spreadsheet, dan staat het binnen vijf minuten in de app.
Bij elke oefening staan twee varianten. Loopt het te makkelijk of valt het stil, pak die dan — en breek de oefening niet af. De kinderen blijven in dezelfde vorm, alleen de opdracht verschuift.
Binnen één training mag dat verschillen. Twee vakken op makkelijk en twee op moeilijk is prima als de groepen daarom vragen.
- ›Uitleg maximaal 30 seconden, ballen stil. Doe het voor in plaats van het te vertellen.
- ›Coach met vragen in plaats van commando's: "waar is de ruimte?" werkt beter dan "naar links!".
- ›Geen rijen. Zie je vier kinderen wachten, maak er dan twee vakken van.
- ›Noem de kleur bij elke overgang ("we gaan naar groen"). Dat onthouden ze sneller dan een naam.
- ›Winnen mag, verliezen ook. In rood houd je de stand bij, in de andere blokken niet.